Relevante verwijzingen

 

De indeling in 4 aandachtsgebieden voorspelt in zekere zin al welke erfenissen uit het verre verleden in ons hedendaagse brein verankerd liggen en dat de moderne dus een aantal cognitieve beperkingen heeft.

 

De allereerst aangelegde cognitieve capaciteiten (bij aandachtsgebied 1) waren gericht op het snel nemen van beslissingen in urgente situaties. Dit is volgens mij wat Daniel

Kahneman Systeem 1 noemt. Zie [4].

Kahneman geeft een groot aantal karakteriseringen van systeem 1, waarvan ik er hier graag een aantal weergeef.

 

  • De beoordelingen (basisevaluaties) en beslissingen gebeuren buitengewoon snel.
  • Bij onverwachte input probeert systeem 1 de situatie zo verklaarbaar mogelijk te maken en hiermee voor te bereiden op wat kan komen. Als een bepaalde gebeurtenis onze aandacht trekt, gaat ons associatieve geheugen op zoek naar een oorzaak – preciezer gezegd, alle in ons geheugen opgeslagen mogelijke oorzaken worden geactiveerd.
  • Overtredingen van normaliteit worden met opzienbare snelheid en souplesse opgemerkt.
  • Basisevaluaties steunen op het associatieve geheugen. Elementen in de input worden geassociëerd (in verband gebracht) met andere zaken (gebeurtenissen, handelingen, ideeën, ontwikkelingen, enz.), met name op basis van overeenkomst, samenhang (in tijd en plaats) en causaliteit. Hieruit ontstaan dan weer nieuwe associaties, enz. Associatief denken vindt vooral op de achtergrond plaats.
  • Systeem 1 verloopt geheel op de automatische piloot, kost weinig of geen inspanning, staat altijd aan en kan niet worden uitgeschakeld.
  • Systeem 1 biedt geen ruimte voor bewuste twijfel.
  • Systeem 1 toont ons de wereld als ordelijker, eenvoudiger, voorspelbaarder en samenhangender dan hij in werkelijkheid is. Deze illusies stellen ons op ons gemak en verminderen de angst. We hebben dan ook een buitensporig vertrouwen in wat we denken te weten.

 

Tegenover systeem 1 staat systeem 2: langzaam denken (nadenken).

 

Belangrijke karakteristieken volgens Kahneman:

 

  • Systeem 2 komt pas in actie als de situatie te ingewikkeld wordt voor systeem 1.
  • Systeem 2 vereist aandacht, zelfbeheersing, weloverwogenheid, ordelijkheid en opdeling in stappen.
  • Systeem 2 kost inspanning (kost daadwerkelijk glucose). In het algemeen zal dan ook de weg van de minste mentale inspanning gekozen worden. Mentale luiheid is in onze aard verankerd.
  • Mentale inspanning wordt in het bijzonder gevraagd bij overschakeling van taken en bij tijdsdruk.

 

Als we dit overzien, dan dringt zich de conclusie op dat de huidige mens (de moderne nazaat van homo sapiens) opgezadeld is met een brein dat in allereerste instantie streeft naar cognitieve rust (cognitief gemak, zegt Kahneman). Dit is te zien als een belangrijke natuurwet, maar dan geldend voor het menselijke brein. Het menselijke brein gaat pas in tweede instantie over op systeem 2, dat wel de nodige inspanning vereist.

 

Systeem 1 werkt dus zeer snel.
Reactietijden kunnen extreem laag zijn, zelfs wel dalen tot 5 à 10 milliseconde. Nog sterker, er zijn experimenten gedaan waarbij na een waarnemingstijd van slechts 9 milliseconde de waarneming nog effectief bleek. Zie [6].

 

Systeem 2 kost daadwerkelijk inspanning. De hersenen vormen slechts 2% van het lichaamsgewicht, maar gebruiken 20% van de opgenomen zuurstof en 25% van de verbrande glucose. Zie [5] blz. 144.

 

Oren, ogen, neus, tong en huid zijn randapparatuur, aangesloten op de computerchip van de hersenen. Zintuigen zijn erop gericht om zo snel mogelijk die informatie eruit te filteren die ertoe doet (bijdraagt aan een zo adequaat mogelijke reactie). Het verwerken van visuele prikkels neemt bijna eenderde van het brein in beslag. Zie [3].

 

Als een bepaalde gebeurtenis onze aandacht trekt, gaat ons associatieve geheugen op zoek naar een oorzaak – preciezer gezegd, alle in ons geheugen opgeslagen mogelijke oorzaken worden geactiveerd. Zie [4].

 

Geheugen, het kunnen onthouden, was dus voor onze voorouders essentiëel. Er was domweg geen andere manier om informatie vast te leggen. En het vastleggen van waarnemingen, van getrokken conclusies en van de bijbehorende valideringen was van essentiëel belang om te kunnen putten uit voldoende associaties. Hoe meer, hoe beter. Zie [5].

Door terugkoppeling wordt dan kennis en ervaring opgebouwd en steeds verder uitgebreid.

Deze architectuur zorgt ervoor dat de mens een oplossing heeft voor het overgrote deel van de vraagstukken die hij tegenkomt.

 

Een zeer belangrijk domein van onthouden is: wat is waar te vinden? Hoe belevenisvoller de beelden bij het wat zijn, hoe beter het onthouden lukt. Hedendaagse geheugenatleten (mnemonisten) grijpen hierop nog steeds terug. Zie [5] voor een uitgebreide en gedetailleerde verhandeling over de enorme capaciteiten van het menselijke geheugen.

 

Geraadpleegde bronnen

 

  1. Felix Eijgenraam, In dienst van de verwondering, Aramith Uitgevers, Bloemendaal, 1990

  2. Piet Vroon, Wolfsklem, De evolutie van het menselijk gedrag, Ambo, Baarn, 1992
     
  3. De zintuigen zijn randapparatuur, interview met hoogleraar neuropsychologie Edward de Haan, NRC Handelsblad, 21 augustus 2010
     
  4. Daniël Kahneman, Ons feilbare denken, Business Contact, Amsterdam, 2011
     
  5. Joshua Foer, Het geheugenpaleis, De Bezige Bij, 2012
     
  6. Hendrik Spiering, Drie gedachten per seconde, NRC Weekend, 29 december 2012
     
  7. Yuval Noah Harari, Sapiens Een kleine geschiedenis van de mensheid, Thomas Rap, 2014